Verkorte opzegtermijn telecomcontracten: ook voor providers?

Per 1 juli 2009 wijzigt de Telecommunicatiewet op een aantal punten. De belangrijkste wijziging betreft artikel 7.2a, een nieuwe regeling omtrent stilzwijgende verlenging opzeggen van diverse contracten.  Nu vallen internetproviders en aanverwante dienstverleners ook onder de Telecomwet. Wie toegang tot internet biedt (access providers), moet zijn contracten hierop aanpassen. Hostingcontracten en domeinnaamdiensten vallen echter niet 0nder het bereik van dit artikel.

Het nieuwe artikel 7.2a bevat drie leden:

  1. De overeenkomst tussen een aanbieder en een consument met betrekking tot de levering van een elektronische communicatiedienst of programmadienst die is aangegaan voor een onbepaalde duur, kan door de consument te allen tijde kosteloos worden opgezegd.
  2. De overeenkomst tussen een aanbieder en een consument met betrekking tot de levering van een elektronische communicatiedienst of programmadienst die is aangegaan voor een bepaalde duur, kan na verloop van die duur stilzwijgend worden verlengd of vernieuwd, mits de consument de overeenkomst hierna te allen tijde kosteloos kan opzeggen.
  3. De bij de opzegging door de consument in acht te nemen termijn is in alle gevallen niet langer dan een maand.

De eerste twee leden van dit artikel regelen hetzelfde onderwerp, namelijk wanneer een consument een overeenkomst (contract) kan opzeggen. Het verschil zit hem in dat lid 1 gaat over contracten voor onbepaalde tijd, en lid 2 over contracten voor een bepaalde duur, zoals jaarcontracten.

Dit artikel is echter niet van toepassing op alle contracten met telecomdienstverleners. Allereerst geldt het alleen voor contracten tussen bedrijven en consumenten, particuliere personen die niet beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Een BV maar ook een ZZP’er of éénmanszaak kan dus nooit een beroep doen op dit artikel om een contract op te zeggen.

Verder moet het contract betrekking hebben op “elektronische communicatiediensten”  of“programmadiensten”. Programmadiensten zijn (interactieve) radio en televisiediensten, dit is evident niet van toepassing op internetproviders.

Volgens artikel 1.1(f) van de Telecommunicatiewet zijn “elektronische communicatiediensten” “diensten die geheel of hoofdzakelijk bestaan in het overbrengen van signalen via elektronische communicatienetwerken”. Daarbij moet vooral gedacht worden aan diensten zoals vaste en mobiele telefonie, faxverkeer en dergelijke.

Dit artikel 1.1(f) vermeldt verder dat ‘diensten van de informatiemaatschappij’, oftewel internetdiensten, niet onder dit artikel vallen, tenzij ze primair gericht zijn op doorgifte van signalen. De dienst toegang tot internet (access providers, bv. via ADSL of glasvezel) valt daar wel onder.

Het hosten van websites of het beheren van domeinnaamen (DNS-servers) is echter niet gericht op doorgifte van signalen maar primair op doorgifte van inhoud. Derhalve vallen hostingdiensten niet onder dit artikel. Ook niet wanneer e-mail onderdeel van de dienst is, want hoewel e-mail communicatie is, is doorgifte van e-mail geen doorgifte van signalen.

Met andere woorden: consumenten met een hostingcontract kunnen dit niet opzeggen  op grond van artikel 7.2a Telecommunicatiewet. Wie van zijn of haar ADSL-abonnement afwil, heeft nu wel meer mogelijkheden.

Over Matthijs van Bergen juridisch adviseur

Gespecialiseerd in telecommunicatierecht en met name de bewaarplicht, alsook grondrechten op internet.

Plaats als eerste een reactie!

Plaats een reactie

Uw reactie wordt onder bovengenoemd artikel geplaatst. ICTRecht behoudt zich het recht voor om reacties te verwijderen. Alle reacties zijn te allen tijde voor verantwoordelijkheid van de inzender.